

Na corona zou het geleidelijk aan weer beter gaan met de jongeren. Tuurlijk, het zou tijd kosten, maar uit het grote Health Behaviour in School-aged Children (HBSC)-onderzoek zou vast weer een opgaande trend te zien zijn. “Dat viel nogal tegen”, vertelt Gonneke Stevens, de projectleider van het onderzoek. “De mentale gezondheid van jongeren is eigenlijk nog hetzelfde als in 2021 en daar zijn nog zorgelijke ontwikkelingen bij gekomen.” Gonneke pleit voor actie van ouders, onderwijs en overheid.
Een schat aan informatie levert het op. En vrijwel altijd doet het stof opwaaien: het HBSC-onderzoek. Het is een nationaal representatief onderzoek naar de gezondheid en het welzijn van jongeren in Nederland in groep 8 van het regulier basisonderwijs en in het regulier voortgezet onderwijs. Het wordt sinds 2001 elke vier jaar uitgevoerd door onderzoekers van de Universiteit Utrecht en het Trimbos-instituut. Het ministerie van VWS financiert dit onderzoek. Ook deze editie, waarvoor de data verzameld werden in 2025, bevat heel gedegen inzicht in hoe het gaat met de jongeren in ons land. De conclusie: niet goed.
Direct naar het complete rapport
De grootste schrik was er om de daling van de acceptatie van homoseksualiteit. Gonneke Stevens: “Daar is terecht al veel aandacht voor geweest in de media: bijna een halvering van het percentage jongens in het voortgezet onderwijs dat positief is over homoseksualiteit. Terwijl dit al jaren stabiel was of toenam, sinds 2009. Dat is absoluut zorgwekkend, zeker omdat we deze daling zien in alle groepen: bij jongens én meisjes, bij jongeren op vwo en vmbo, jongeren met en zonder een migratieachtergrond en bij jongeren uit gezinnen met een lage en hoge welvaart. Deze trend moet gekeerd worden: een maatschappelijke opdracht waar we echt mee aan de slag moeten.”
Maar er bleek meer uit het onderzoek wat aandacht verdient, volgens Gonneke: “Voor ons springt vooral ook de mentale gezondheid in het oog. Die is niet verbeterd sinds 2021. In 2021 zagen we dat die enorm was afgenomen, vooral onder meisjes. We hoopten dat het na de coronatijd weer beter zou gaan, maar de situatie is in 2025 nog hetzelfde als in 2021. Wat daarbij opvalt: dat meisjes in het voortgezet onderwijs meer emotionele problemen rapporteren en aanzienlijk minder tevreden zijn over hun leven dan jongens en ook meer gedragsproblemen rapporteren. Dat laatste is nog nooit voorgekomen. Het lijkt alsof ze bezig zijn aan een schadelijke ‘opmars’, een soort emancipatieslag in wat we eerder zagen als typisch jongensgedrag.”
“Niet alleen de nasleep van corona, maar ook verschillende andere factoren spelen een rol in de afname in mentale gezondheid, ziet Gonneke. “Prestatiedruk en sociale media zijn belangrijke factoren, maar ook sociale relaties, zeker met leeftijdgenoten, zijn minder gunstig geworden in de laatste vier jaar. En we weten nu dat jongeren zich regelmatig zorgen maken over het klimaat, over oorlogen en een huis kunnen kopen. Die zorgen daarover liggen trouwens aanzienlijk hoger bij meisjes dan bij jongens. Bijna 40 procent van de 16-jarigen zegt: ik maak me zorgen of jongeren ooit nog zelf in een huis kunnen wonen.”
Wat dit keer in de resultaten van het HBSC-onderzoek ook opvalt: dat school een minder fijne plek is geworden. Het percentage meisjes dat positief is over de relatie met klasgenoten is afgenomen in de laatste vier jaar en jongeren in het voortgezet onderwijs vinden school steeds minder leuk. Gonneke: “Deze daling is in 2013 ingezet. Onder meisjes gaat het om een daling van 85 naar 65 procent in ruim 10 jaar. De meerderheid vindt het dus nog steeds best fijn op school. Maar je kunt ook zeggen dat het percentage jongeren in het voortgezet onderwijs dat school minder leuk vindt, is verdubbeld in deze periode.”
Ook de druk door schoolwerk neemt al sinds 2009 toe en ligt in 2025 nog even hoog als in 2021. Deze sterke stijging in druk door schoolwerk hangt waarschijnlijk samen met de daling in ‘school leuk vinden’. “Scholen experimenteren met aanpakken om de druk door schoolwerk te verlagen en er worden kenniskringen over georganiseerd. Maar dat is niet genoeg. We moeten onderwijsprofessionals beter gaan ondersteunen. Als onderzoekers kunnen wij bestuderen wat wel en niet helpt in bepaalde (school)contexten om de prestatiedruk te verlagen. En het is van belang om ouders bij deze inspanningen te betrekken. We weten al wel dat ouders zich bewuster zijn van de prestatiedruk die hun kinderen ervaren, maar of ze zich daarover ook anders opstellen naar hun kinderen en wat we kunnen doen om het gedrag van ouders te veranderen, dat weten we eigenlijk niet.”
Ook sociale media speelt een rol bij het afnemen van de mentale gezondheid. Gonneke: “Wat ons zorgen baart, is dat zoveel meisjes – bijna de helft – de hele dag op TikTok zitten. En we weten, uit heel recent onderzoek, dat juist TikTok-gebruik gerelateerd is aan mentale problemen, terwijl dit niet geldt voor bijvoorbeeld WhatsApp. Daarnaast ligt het percentage meisjes in het voortgezet onderwijs waarbij sprake is van problematisch socialemediagebruik in 2025 hoger dan in 2017, terwijl we ook hiervan weten dat het gerelateerd is aan mentale problemen. Van problematisch socialemediagebruik is sprake wanneer het gebruik ten koste gaat van andere belangrijke leefdomeinen en wanneer er controleverlies is.”
De overheid moet meer doen aan de verslavende elementen van die platforms. Ook denken we dat het goed is dat er steeds vaker gesproken wordt over een hogere leeftijdsgrens voor social media en dat er een nog omvangrijker smartphoneverbod op school komt. “Maar let op: dit is niet voldoende om de mentale gezondheid van jongeren te verbeteren. We moeten dan nog steeds óók de prestatiedruk verminderen en de zorgen adresseren die jongeren hebben over hun toekomst,” aldus Gonneke.
Een punt dat Gonneke er zeker ook nog uit wil lichten is het middelengebruik. “We zien de overheidsplannen voor een Gezonde Generatie in 2040, maar die generatie is nog ver weg: veel jongeren drinken nog (veel) alcohol en meer dan tien procent van de jongeren heeft in de laatste maand gerookt of gevapet. Daarmee is dit onderzoek ook echt een oproep aan de overheid: er is extra beleid nodig. Gelukkig zijn er al plannen om de minimumleeftijd voor het roken naar 21 te verhogen. Ook hier vallen de meisjes trouwens weer op: zij roken en vapen vaker dan jongens. Eerder zagen we ook dat ze minder cannabis gebruiken, maar ook dat verschil is verdwenen.”
Samen met de andere onderzoekers benadrukt Gonneke dat de problemen die we ook hier weer netjes ‘naast elkaar’ opsommen natuurlijk nauw met elkaar verweven zijn. “Het roken en vapen bijvoorbeeld, dat wordt gepromoot via social media. We vermoeden dat het intensievere gebruik van social media door meisjes verband houdt met hun vape- en rookgedrag. Ook lijkt het cooler te zijn voor meiden dan voor jongens om te roken. Ook weer een soort van ‘emancipatie’. En kijkend naar beleid dat nodig is, naast een uitgebreider rookverbod: als we echt willen werken aan een gezonde generatie, verbied dan ook alcoholreclames.”
“De laatste tijd wordt steeds vaker geopperd dat dat de toegenomen aandacht voor mentale problemen ervoor zorgt dat jongeren milde symptomen eerder gaan interpreteren als angststoornis en zich er vervolgens ook naar gaan gedragen. Er is nauwelijks onderzoek dat deze verwachting bevestigt dan wel ontkent. Wel laat ons onderzoek zien dat er veel meer aan de hand is dan een verandering van de interpretatie van symptomen.”
“De risicofactoren voor mentale problemen zijn de laatste jaren sterk toegenomen en we zien zeer vergelijkbare trends in ernstiger vormen van mentale problemen, zoals in opzettelijke zelfvergiftiging. Het is dus echt belangrijk om met jongeren te praten over mentale gezondheid. Maar wel op een manier die de mentale gezondheid stimuleert. Daarom is het essentieel dat scholen en ouders weten hoe je dat doet. Dat ze daar tools voor aangereikt krijgen.”
Dit onderzoek laat zien hoe trends samenhangen: we zien op veel gebieden negatieve trends en aanvullend onderzoek maakt aannemelijk dat deze gerelateerd zijn aan elkaar. Gonneke: “We zijn er met zijn allen verantwoordelijk voor dat we dat tij keren. Dit zijn de volwassenen van de toekomst en een aanzienlijk deel van de problemen in de volwassenheid start in de adolescentie. De focus op de schoolcontext en op social media is dus heel relevant. De mentale gezondheid van jongeren moet hoog op alle agenda’s. We hebben concreet beleid nodig van de overheid én handvatten voor onderwijsprofessionals en ouders om onze jongeren te begeleiden naar gelukkigere tijden."
Dit project wordt mede mogelijk gemaakt door: