Foto idee 3
Foto idee 3
19 juni 2026

Doen Wat Werkt in de Jeugdzorg: de update!

Hij is er alweer een tijdje: de Hervormingsagenda Jeugd. Met een belangrijk thema uit die agenda ging een paar jaar geleden een onderzoeksconsortium aan de slag. Met als doel het verbeteren van de kwaliteit van de geboden zorg voor leren op de werkvloer van jeugdprofessionals; hoe leer je, hoe zorgen we dat nieuwe kennis en vaardigheid écht beklijft en wordt toegepast? ‘Doen Wat Werkt’ heet het project. Het is onderdeel van de route Jeugd van de Nationale Wetenschapsagenda. Projectleider Leonieke Boendermaker praat ons bij: Zijn we ‘up and running’? Wat zijn de eerste ervaringen?

“We zijn zeker up and running!” vertelt Leonieke. “In veel van de projecten is de verkennende fase zo langzamerhand voorbij en we bewegen nu naar de ontwerpfase. Het onderzoeksprogramma draait om het ontwikkelen en borgen van mogelijkheden om te oefenen, reflecteren en feedback te geven en ontvangen en zo steeds beter te worden in het vak. Als uitgangspunt voor leren gebruiken we vijf bouwstenen die in veel zorgaanbod in de jeugdzorg gebruikt worden. Het leren moet wel ergens over gaan. Maar het draait om het ontwikkelen van manieren van leren. Zodat leren op de werkvloer vanzelfsprekend wordt in de jeugdzorg.” 

De vorige keer dat we haar spraken vertelde Leonieke al om welke bouwstenen, of ‘werkzame elementen’ het gaat: “Een belangrijke bouwsteen is bijvoorbeeld samenwerken en samen beslissen met jeugdigen en ouders. Cliëntenorganisaties blijven immers aangeven; praat mét ons in plaats van over ons. In één van de projecten werken we uit hóe je dat dan doet. Zo werken we toe naar eenheid van taal en naar een omschrijving van wat ‘goed werk’ is. Daarmee is er een basis voor reflectie en steeds beter worden.”

Aan de basis van dit onderzoeksprogramma staat een interdisciplinair consortium. Leonieke: “We hebben samenwerking gezocht met mensen die verstand hebben van hoe je een beroep leert. En met mensen die verstand hebben van leren met technologie. En ook met programmeurs. En uiteraard werken we samen met professionals in jeugdorganisaties, met ouders én met jongeren. We krijgen zo een heel rijk beeld van wat er nodig is.”

Samen met professionals, ouders en jongeren
“Jeugdorganisaties verschillen enorm,” licht Leonieke toe. “Sommige zijn groot, andere kleiner. Bij de start keken we met de organisaties; met welke onderdelen van jullie organisatie willen jullie met ons aan de slag? Ambulante hulp? Kinderen die in de pleegzorg wonen? Kinderen die in leefgroepen wonen? In totaal hebben we zo gezamenlijk zes contexten gekozen. In elke context is er een ‘panel’, zij vertegenwoordigen de mensen die in die context werken. En overkoepelend, voor alle projecten in het programma, is er een adviesraad van ouders en jongeren. Zij denken en creëren allemaal mee en worden daar ook enthousiast van.”

“Leren gaat ook over je steeds weer openstellen, zelfs bij casussen die vertrouwd lijken.”

“We hadden eind april een hele fijne bijeenkomst met onze adviesraad,” vertelt Annette Tijmann (UvA). “We hebben daar niet alleen kennis gemaakt met een aantal zeer gemotiveerde ouders en jongeren met ervaring in de jeugdzorg, maar ook echt hun adviezen kunnen ophalen voor onze onderzoeken. Het was een zeer geanimeerde bijeenkomst die een rijkdom aan inzichten heeft opgeleverd.”

Leren in het dagelijkse werk
Ook promovendus Miriam Mayer wordt enthousiast van die co-creatie. “Iets van wat mij is bijgebleven uit de samenwerking met de adviesraad is dat werken in de jeugdzorg geen routine mag worden: bij elke casus is het belangrijk om opnieuw nieuwsgierig en open de jongeren en ouders te leren kennen en steeds onderzoekend te kijken wat er nodig is. Dit heeft mijn kijk op leren verdiept. Leren gaat niet alleen over iets nieuws doen, maar ook over je steeds weer openstellen, zelfs bij casussen die vertrouwd lijken. En dat is niet eenvoudig in het drukke en complexe dagelijkse werk van jeugdprofessionals. Dat sluit precies aan bij mijn onderzoek: ik kijk naar leren in het dagelijks werk, niet als doel op zich, maar als middel om het werk goed te doen en jongeren en ouders beter te helpen. En hoe er binnen de werkcontext en in het dagelijkse werk ruimte gecreëerd kan worden voor leren.”

“Als de hele organisatie ‘lerend’ moet worden, is dat niet alleen de verantwoordelijkheid van professionals”

Lara Wulleman, een van de onderzoekers, kijkt gedurende het hele programma naar veranderingen in de lerende omgeving van professionals. Zij heeft interviews en focusgroepen gedaan: is er een lerende omgeving voor de professional? Leonieke: “Daar hopen we binnen de organisaties dus ontwikkelingen in te zien. De verantwoordelijkheid voor het leren blijkt nu nog voornamelijk bij de professional te liggen. Maar als je wilt dat dat leren echt kan landen en de hele organisatie lerend wordt, dan is niet alleen hun verantwoordelijkheid, maar ook die van de organisatie en het stelsel als geheel.”

Praktische wijsheid
Leonieke: “Je kunt trainingen volgen, maar de crux zit ’m in; hoe doe je het morgen, in je eigen dagelijkse praktijk. We willen dingen ontwikkelen die helpen om te oefenen, feedback krijgen, en zo steeds beter te worden in je vak. Daarom interviewen we professionals op een specifieke manier, waarbij we vragen naar hun redeneerlijnen: Waarom deed je dit? Waarom deed je het zo? Professionals zeiden daarna: Wat leuk en leerzaam om dit te doen, om zo te reflecteren. Ze werden aan het denken gezet: Welke kennis zet ik eigenlijk in? Waarom doe ik dit? Zo leggen we echt hun ‘praktische wijsheid’ bloot.”

“Dan blijkt achter zo’n specifiek moment een schat aan kennis schuil te gaan. Geweldig!”

Onderzoeker Annoesjka Boersma (HU) haalt die praktische wijsheid op bij ervaren jeugdprofessionals die ze interviewt. Ze geniet ervan als ze met diverse technieken professionals helpt zich bewust te worden van de kennis die onder hun professioneel handelen ligt: “We interviewen hen over een situatie waarin ze gehandeld hebben op basis van een of meer van de bouwstenen van effectieve jeugdzorg. Het punt is: daar zijn ze zichzelf vaak niet van bewust. Het mooiste is het als je een heel ervaren jeugdhulpprofessionals interviewt. Die zegt dan van tevoren: “Ik weet niet of ik wel iets te vertellen heb hoor.” We duiken dan samen in een specifiek moment met een jongere en de professional begint dat te tekenen; waar was het, wie waren er, wat gebeurde er? En dan vragen we door:

“Je hebt nu zo gehandeld. Waarom?”
“Tja… intuïtie.”
“Schoten er toen ook andere opties door je hoofd?”
“Ja, ik had ook …”
“Wat was er gebeurd als je die opties had gevolgd?”
“Dan had de jongere …”
“Wat deed je vermoeden dat de jongere dan dat zou doen?”

“Zo’n gesprek ontrolt zich dan en legt enorm veel professionaliteit bloot. Dan blijkt bijvoorbeeld dat de professional heel scherp waarneemt, de jongere als het ware ‘leest’, en dat combineert met kennis van eerdere ervaringen, van methodieken en ook theorieën. Dan blijkt achter zo’n specifiek moment een schat aan kennis schuil te gaan. Geweldig!”

Motor van het programma: de R&D-groep
De organisatie van al het onderzoek in dit consortium was een behoorlijke uitdaging, vertelt Leonieke. “Leuk om te noemen is dat we na het inrichten van de werkpakketten, onderzoeksgroepen, adviesraad en panels dachten: maar waar moet nu alles bij elkaar komen? Zo’n plek hebben we toen in het voorstel opgenomen, dat is de Research & Development Groep. Dat is de motor van ons programma waarin zowel mensen uit de praktijk als de onderzoekers zitten. Dit doen we vanaf de start van het programma. In de eerste twee jaar ging het veel over ‘wat zijn we aan het doen, wie doet wat en hoe werken we samen’. Zoals gezegd belanden we nu zo langzamerhand in de ontwikkelfase van de verschillende projecten en dit jaar hebben onderzoekers daar hun eerste ideeën voor te ontwikkelen manieren van leren gepresenteerd. Dit is gebaseerd in de verkennende fase van hun onderzoeken. Toen kwamen alle expertises mooi bij elkaar: de uitdaging van het ene onderzoek – hoe iets goed in beeld te brengen – werd door een andere onderzoeksgroep – die bezig is met het leren met technologie – opgepakt. Toen kwamen nieuwe ideeën los. Dit is precies de meerwaarde van de breedte van dit onderzoeksprogramma. Want straks moet het ook op de werkvloer bij elkaar komen.” 

En door
Deze zomer publiceert het consortium een eerste versie van de bouwstenen van goede zorg, die werkzame elementen. “Daarmee operationaliseren we gezamenlijk ‘goede zorg’. Wat verstaan we eronder, per bouwsteen. Omdat je moet weten waarop je gaat reflecteren. Dat hebben we nodig voor in de ontwerpfase.

Het is dus zeker niet iets nieuws, maar een poging tot eenheid van taal over wat we goed werk vinden. Zodat je het kunt gebruiken om te leren.”

Lees meer!
Deze zomer krijgt ook de eigen Doen Wat Werkt-website een update: www.dww-jeugdzorg.nl

Dit project wordt mede mogelijk gemaakt door:

Logo 1
Logo nwa
Logo
Logo color dark